Een stabiel springkasteel op de juiste locatie is de basis voor veilig plezier. De juiste ondergrond, verankering en voldoende ruimte rondom zijn cruciaal om ongelukken te voorkomen.

Kies de juiste ondergrond
Kies een vlakke, stevige ondergrond, bij voorkeur gras of zachte matten. Vermijd stenen, hellingen of andere obstakels in de buurt. Controleer dat het kasteel volledig is opgeblazen en dat alle verankeringen goed vastzitten met haringen of zandzakken. Een stabiel kasteel voorkomt dat het wiebelt of omvalt tijdens het springen.
Stabiliteit en verankering
Zorg dat het springkasteel volledig is opgeblazen en dat alle verankeringen goed vastzitten met haringen of zandzakken. Controleer alle bevestigingspunten, zoals ringen en lussen, zodat het kasteel stevig blijft staan tijdens gebruik. Een stabiel kasteel voorkomt dat het wiebelt of omvalt, wat de kans op ongelukken aanzienlijk verkleint. Controleer ook de luchtkanalen en ventilatoren: een goed werkend ventilatiesysteem zorgt voor constante luchtstroom en extra stabiliteit. Bij twijfel over de verankering of het gewicht van de ondergrond, gebruik extra zandzakken of haringen om het kasteel veilig te verankeren.
Omringende ruimte en toezicht
Daarnaast is de omringende ruimte belangrijk. Zorg dat er genoeg afstand is tot muren, bomen of meubels. Leg duidelijke regels uit aan de kinderen, zoals geen stunten of duwen. Volwassen toezicht is altijd verplicht, zodat gevaarlijke situaties direct kunnen worden aangepakt.
Met deze richtlijnen blijft springen veilig en plezierig voor alle kinderen.

